Hieronder vindt u de beroepscode voor tolken Gebarentaal, zoals vastgesteld door de Nederlandse Beroepsvereniging Tolken Gebarentaal (NBTG) in 2014. Dit beroepsprofiel hangt samen met de beroepscode van de tolken Gebarentaal.Als u het beroepsprofiel wilt downloaden, klik dan op: Beroepsprofiel, versie 2014.pdf

Begrippenlijst
1. Doven en slechthorenden: alle mensen die een auditieve beperking hebben, zoals vroegdoven, plotsdoven, laatdoven, doofblinden en slechthorenden.
2. Opdrachtgever: persoon of organisatie die de tolk aanvraagt.
3. Deelnemers: de aanwezigen in een tolksetting.
4. Gebarentaal: een visueel manuele taal, een natuurlijke taal met een eigen lexicon en grammatica.
5. Gebarensysteem: een bedacht systeem afgeleid van de Nederlandse Gebarentaal en/of het Nederlands (zoals Nederlands met Gebaren).
6. Tolkopdracht: situatie waarvoor een tolk Gebarentaal wordt ingezet.
7. Tolksetting: de situatie waarin de tolk aan het werk is.

Inleiding
De tolk Gebarentaal levert haar tolkdiensten in settings waarin dove/slechthorende en horende personen met elkaar willen communiceren.

1 Het tolken/ vertalen
De tolk Gebarentaal:
1. begrijpt de woorden, inhoud en de bedoeling van de horende deelnemer(s) en tolkt deze naar de gekozen communicatievorm van de dove/slechthorende deelnemer(s).
2. begrijpt de gebaren, inhoud en intentie van de dove/slechthorende deelnemer(s) en tolkt deze naar het Nederlands zoals gewenst in de tolksetting.
3. oefent door haar3 aanwezigheid invloed uit op het verloop van de communicatie in de tolksetting, maar bemoeit zich niet met de inhoud van de tolkopdracht. De tolk is echter gehouden aan de Nederlandse wet welke inclusief meldingsplicht is4.
4. houdt bij het tolken rekening met cultuurverschillen en geeft dit, desgewenst, tijdens de tolkopdracht aan bij de deelnemers.
5. geeft het aan als omstandigheden binnen de tolksetting het tolken zodanig beïnvloeden dat een correcte vertaling niet mogelijk is, zoals bijvoorbeeld een snelle spreker of wanneer de ruimte te donker is om nog zichtbaar te zijn voor de dove/slechthorende deelnemers.

2 Tolkvormen
Afhankelijk van de deelnemers vertaalt de tolk Gebarentaal:

1. van gesproken Nederlands naar Nederlandse Gebarentaal of een gebarensysteem en vice versa.
2. van geschreven Nederlands naar Nederlandse Gebarentaal of een gebarensysteem en vice versa.

3 Werkveld
De erkenning van de communicatie als fundamentele uiting van menselijk gedrag en het recht van ieder individu om gebruik te mogen maken van zijn of haar meest natuurlijke communicatievorm is de basis van het beroep tolk Gebarentaal. De tolk Gebarentaal levert haar diensten in alle mogelijke vormen van maatschappelijk verkeer.
De tolk hoeft niet altijd fysiek in de tolksetting aanwezig te zijn. Zij kan ook op afstand tolken met behulp van de huidige communicatiemiddelen.

4 Voorafgaand aan de tolkopdracht
Als de tolk Gebarentaal een aanvraag krijgt voor een tolkopdracht informeert zij bij de opdrachtgever naar het doel, de inhoud, de werkwijze van de tolkopdracht en de gewenste tolkvorm. Daarnaast maakt zij haar leveringsvoorwaarden kenbaar aan de opdrachtgever en geeft aan dat de beroepscode voor tolken Gebarentaal verkrijgbaar is op www.nbtg.nl.

De locatie waar de tolkopdracht plaatsvindt wordt bepaald door de opdrachtgever. De tolk gGebarentaal is tijdig, enige tijd voor aanvang, op de plaats van de opdracht aanwezig en presenteert zich qua kleding en uiterlijk passend aan de aard van de opdracht. Zij overlegt met de deelnemers over de optimale plaats van de tolk en andere betrokkenen in de setting.

5 Specifieke opdrachten
Er zijn specifieke tolksettings die een eigen aanpak behoeven.
1. Voor tolken in geestelijke gezondheidszorg (GGZ) is de wijze waarop de tolk Gebarentaal de communicatie beïnvloedt belangrijk. Voor deze tolken is de beroepscode1 tolken in de GGZ van toepassing.
2. Tolken voor doofblinden vraagt een specifieke tolkvorm, bijvoorbeeld vierhandengebaren, gebaren in de kleine ruimte of vingerspellen in de hand. Voor deze tolken is de beroepscode1 doofblindentolken van toepassing.
3. Tolken op (inter)nationale bijeenkomsten vraagt om intensievere voorbereiding en overleg met de organisatie. Om de kwaliteit van de vertaling en toegankelijkheid van het congres te garanderen voor alle deelnemers, worden meerdere tolken ingezet die
in het tolkproces samenwerken.
4. Juridische tolksettings zijn op te delen in twee typen tolkopdrachten: het privaatrecht en het strafrecht. Onder privaatrecht houdt een tolk zich aan een eigen beroepscode of de beroepscode (van tolken) van de NBTG. Het tolken van strafrechtelijke opdrachten vereist een inschrijving in het Register van de Wet beëdigde tolken en vertalers5 (Wbtv). De tolk die ingeschreven staat in dit
Register werkt in juridische settings volgens de code van de Wbtv. De voltooiing van een gespecialiseerde juridische opleiding is wenselijk.

6 Samenwerking met andere tolken
Een tolk kan in dezelfde tolksetting samenwerken met:
1. een andere tolk Gebarentaal; teamtolken is gewenst bij een intensieve of langdurige opdracht. De twee tolken werken continu samen. Wanneer tolk één actief aan het tolken is, wordt deze hierbij ondersteund door de tweede tolk.
2. een dove tolk Gebarentaal; De dove tolk vertaalt tussen twee verschillende gebarentalen of gebarensystemen of tussen geschreven tekst en Gebarentaal. Afhankelijk van de gewenste modaliteit en/of de deelnemers kunnen specifieke vaardigheden vereist worden en kan de tolk Gebarentaal samenwerken met de dove tolk.
3. een schakeltolk; wanneer één van de deelnemers een taal gebruikt die de horende tolk Gebarentaal niet kent kan een extra tolk, die deze taal wel beheerst, worden ingezet. Deze fungeert dan als tussenschakel.

7 Kennis en inzicht
De tolk beheerst en heeft kennis van:
1. de structuur en de grammatica van de Nederlandse taal en van de Nederlandse Gebarentaal en voldoet aan de taalcompetenties van het Gebarentaalniveau B2/C16.
2. de diverse tolkvormen en gebarensystemen voor dove/slechthorenden deelnemers.
3. regionale gebaren.
4. de cultuur, normen, waarden en gebruiken binnen zowel de overwegend horende maatschappij als de dovengemeenschap en de relatie daartussen.
5. de sociologie, filosofie en ethiek van het vak tolk Nederlandse Gebarentaal.

8 Houding
De tolk Gebarentaal:
1. toont een houding zonder (voor)oordelen en kenmerkt zich door openheid en respect.
2. reflecteert op haar eigen functioneren en attitude binnen diverse tolksettings.
3. is kritisch naar zichzelf en kritisch en collegiaal naar haar collega’s.
4. spreekt een collega vakinhoudelijk aan.
5. gebruikt kennis, opgedaan uit de tolkopdracht, niet voor haar eigen gewin.
6. is zich bewust van haar tolkvaardigheden en niveau en accepteert alleen opdrachten conform haar kunnen.
7. spreekt zich niet uit over het (taal)niveau van de dove/slechthorende deelnemer.

9 Professionalisering
Het bevorderen van de kwaliteit en professionaliteit is gewaarborgd door het verplicht stellen van periodieke nascholing, waardoor voortdurend wordt gewerkt aan het onderhouden van de deskundigheid van de tolk Gebarentaal. De kwaliteit wordt bewaakt door de Stichting Register Tolken Gebarentaal. Om ingeschreven te worden in het register moet de tolk Gebarentaal een Bachelor opleiding tot ‘Tolk Nederlandse Gebarentaal’ voltooid hebben aan het Instituut voor Gebaren, Taal en Dovenstudies (IGTD) aan de Hogeschool Utrecht.

10 Klachtencommissie
Voor klachten kan men zich wenden tot de Klachtencommissie. Voor klachten over justitietolken is er een klachtenprocedure bij de Wbtv.

1 Tolk Nederlandse Gebarentaal zal in het vervolg worden aangeduid als tolk of tolk Gebarentaal
2 http://www.nbtg.nl/over-het-beroep/beroepscodes
3 Waar “zij” geschreven staat, kan ook “hij” gelezen worden en waar “haar” staat ook “zijn”.
4 Zie artikel 7:453 Burgerlijk Wetboek

5 www.wbtv.nl
6 Toetsing voor ERK Gebarentaal is in ontwikkeling. Zie http://www.nbtg.nl/over-het-beroep/europeesreferentiekader-
talen